Travel

Reislust

Nooit heb ik begrepen dat mensen reisziek konden worden. In de auto op vakantie was voor mij een feest. Tot de Nederlandse grens lekker slapen of spelletjes doen, daarna mocht ik voorin zitten om de kaart te lezen. Ja, in de tijd dat ik met mijn ouders op vakantie gingen bestond er nog geen TomTom en hield moeders altijd de kaart verkeerd om. Dus mocht ik de rechterhand van vader spelen.

Toen ik ging studeren ging ik niet meer met m’n ouders mee, maar zelf. Met de bus, de eerste keer vliegen, een maand werken in Zeeland. Maar ook het eerste half jaar van mijn studie iedere dag op en neer van Staphorst naar Groningen. Toen ontdekte ik mijn grootste talent: ik kan werkelijk overal slapen. Helemaal in een schommelende trein. Maar ook in een warme auto ben ik zo vertrokken.

Reisziekte is mij totaal onbekend. Gelukkig hebben ook mijn broertje en zusje hier geen last van (gehad), want het lijkt me verschrikkelijk om de hele tijd naast iemand met een kotszak voor zich te zitten. Af en toe komt mijn maaginhoud voorbij als ik door een scherpe klaverbladbocht ga, maar daar blijft het bij. Al moet ik uren in de auto zitten, snoep ik continue, ik voel me prima.

Vliegangst heb ik al helemaal nooit begrepen. Ja, een klein mankement heeft grotere gevolgen dan een foutje in de auto, maar tot nu toe botsen er nog steeds meer auto’s dan vliegtuigen die uit de lucht vallen. Zodra we weer horizontaal in de lucht hangen ga ik van tukkenstein, pas tegen landingstijd ontwaak ik van de druk op m’n oren en misschien word ik tussentijds eens wakker van de kou, want de treintemperaturen zijn stukken aangenamer dan die karige 15 graden in het vliegtuig.

Niet heel gezellig, al dat geslaap van mij tijdens het reizen, maar des te gezelliger ben ik als ik fris en fruitig aankom op de plaats van bestemming. Als je eenmaal aan het reizen geslagen bent, is de reislust volgens mij niet meer te temmen…